Over mijn werk

Truus Prins over haar werk:

Tekeningen in zwart-wit, foto's

Ik teken en fotografeer paarden, althans details daarvan.

En wel op zo’n manier dat deze niet altijd direct te herkennen zijn.

Het zijn ongebruikelijke en spannende uitsneden van de werkelijkheid:
een weerspiegeling op een glanzende huid,
delen van benen die vervormd zijn door reumatiek,

een rug die transformeert tot een landschap,

verftekens op een vacht, een lichaamshouding, een beschadiging.


Het paard staat voor mij symbool voor:

“de schoonheid van het gedragen worden - wat leven brengt “

Daarbij ontken ik geweld en verval niet.

Mijn “getekendepaarden” zijn letterlijk of figuurlijk getekend.




De Kunstkrant over Truus Prins:
Kunstkrant juli 2008    Tekst: Esther Halma, Groningen

Dragen en gedragen worden.

De scriptie begint met een klein verhaal over waarneming: het is beschrijving van een tocht. Niet van een tocht door een ver land maar ‘gewoon’ van een route die iedereen kan nemen. Je pakt je fiets en je gaat op pad. Je kijkt, je ruikt en je ziet. En je ervaart dat er veel verhalen te zien zijn. Uitzonderlijke verhalen mits je ze kan zien. Deze beschrijving van klein stukje stadsrand is typerend voor de het werk van Truus Prins.

Prins is gefascineerd door paarden. Voor haar betekenen ze een veilige schuilplek.

Dragen en gedragen worden.

Een paar jaar geleden heb ik een project gezien in en rondom Kasteel het Nijenhuis in Heino/Wijhe. Het project heette ‘Shelter’. Het concept dat de mens op zoek is naar beschutting en veiligheid zie ik terug in het werk van Prins. Het zoeken en vinden van een schuilplaats vanwege vrijheid, natuur en avontuur maar ook als noodzakelijk kwaad.

In juli dit jaar is ze afgestudeerd in de richting Autonome Beeldende Kunst aan Academie Minerva. Haar eindexamenwerk  ‘Getekendepaarden’ zijn foto’s en tekeningen van dit dier maar nog vaker van details. Het zijn letterlijk of figuurlijk getekende paarden. De werken zijn groot van formaat, gemiddeld 1,5 x 2 meter. “Het kiezen van het soort papier en het formaat ervan is (-) een soort ritueel geworden, een concentratie. Het goede formaat is belangrijk omdat ‘het ruimte geeft’ aan mijn fantasie”.

Op de door haar zelf gewitte muren van Minerva komt haar werk heel goed tot recht.

‘De benen van Pegasus’ is een oud reumatisch paard. Prins ontmoette het dier toen ze een keer bij haar neef op bezoek was en het daar in de wei zag staan. De neef en het dier zijn aan elkaar gewaagd: beide zijn reumatisch en ‘afgedankt’ door de maatschappij. Ze hebben een deal gesloten en zorgen voor elkaar. Het paard is een schuilplaats geworden.

Prins experimenteert veel met verschillende materialen en technieken. Zwart conté geeft bijvoorbeeld een heel glad en zacht effect. Houtskool geeft een ‘ruiger’ effect en benadrukt ruwheid als stugge haren of andere oneffenheden zoal een beschadigd been. Soms zie je met olie-pastel aangebrachte hele kleine details in een fel kleurtje groen, rood of blauw.

Prins moest tijdens haar opleiding iedere dag een schetsje maken. Om de creativiteit op gang te brengen. Ze laat me de zorgvuldig verpakte tekeningen zien. Sommige zijn zeer gedetailleerd, zoals een schets voor een nieuwe, multifunctionele bibliotheek voor het Groninger Forum. Andere zijn een vluchtige schets, iets wat haar inviel en ze snel aan het papier heeft toevertrouwd om er later een uitwerking van te maken.

Foto’s van paarden vormen de basis voor haar tekenwerk. Prins is veel in de natuur te vinden, kijkend naar paarden om patronen van sociaal gedrag en dagelijkse rituelen te zien en vast te leggen. Door vervolgens veel te kijken, te rangschikken, ontdekt ze welke foto geschikt is voor een tekening. Dit kan een vreemde compositie zijn, een associatie met een persoonlijk verhaal of herinnering of een commentaar op een maatschappelijk gebeuren. Voor het opzetten van een tekening gebruikt ze vaak een overheadprojector om de goede verhoudingen van een paardenlichaam vast te leggen. Later kan ze hier wel weer van af wijken. “Meestal werk ik gelijktijdig aan drie werken. Een beeld moet de tijd hebben om te kunnen rijpen..”. Tijdens de studie had Prins de luxe van een eigen atelier. Heb je dan perse een grote ruimte nodig? Volgens Prins is dat niet het geval. Ze kijkt wel wat er op haar pad komt. Misschien wordt het werk nu inderdaad wel kleiner van formaat maar misschien ook wel niet. En dan heel kordaat: “Er is een heleboel gebeurd, waarom zou er nu nog niet een heleboel gebeuren?”.

>>> lees dit artikel op het internet




Truus Prins | 06 - 549 674 65


19773 bezoekers (25737 hits) sinds 3-11-2008